In den beginne was de verwondering

Toen ik nog jonger was dan nu, meende ik dat Onze Lieve Heer in het stopcontact woonde. De opvatting van mijn ouders dat hij alom tegenwoordig was, was mij te groots en te ongelofelijk. Daar kwam bij dat er uit het stopcontact erg veel licht en beweging kwam, onzichtbare stroom zelfs. Daar moest wel iets heel machtigs achter zitten. Nee, Onze Lieve Heer woonde beslist in het stopcontact en daarom kon je ook maar beter niet proberen je vingers erin te proppen want wie weet, zou HIJ je naar binnen trekken. Geen aangename gedachte, al had ik geen idee wat een permanent verblijf bij Onze Lieve Heer zou betekeken.

In de loop van de jaren bleken nog al wat mensen daar een veel helderder beeld van te hebben en zo kwam ik in aanraking met de Bijbel. Een wonderbaarlijk boek  waarin een God die aanzet tot haat, discriminatie, moord en brandstichting zichzelf een liefhebbende God noemt. Het Oude Testament kan voor mijn gevoel dan ook nauweelijks een bron van vreugde en van hoop zijn en het leidt in Israël in elk geval tot stiekeme bouw van nederzettingen en annexatie van de oude stad Jeruzalem, Jeroe Shalaïm.

De Bijbel, een wonderbaarlijk boek maar zeker niet enig in zijn soort want de wereld heeft vele Heilige Geschriften voortgebracht: de Griekse en Noorse Mythologie, het Nieuwe Testament, de Koran, het zijn er maar enkele voorbeelden van. De mens heeft eerst door mondelinge overlevering en later door geschrift steeds gezocht naar een verklaring van de wereld in en buiten hem of haar maar daar bleef het niet bij. De Heilige geschriften moesten ook op zijn minst een diffuus beeld geven van de toekomst, het verdwijnpunt waar de wereld en de mens zich naartoe begaven. Zo is de Bijbel het boek van de heerlijke verlossing geworden en de Noorse Mythologie het verhaal van de depressie en dreiging, de Götterdämmerung waarmee Adolf Hitler zo graag schermde.

De openbaring die al deze geschriften bregt, is dat de mens steeds naar verklaringen heeft gezocht en dat die verklaringen niet zover uiteen liggen, hoever volkeren en mensen ook van elkaar vandaan woonden. Sowieso is het verhaal van de schepping der aarde een universeel verschijnsel.

 

II

Plaats vinden

Hoewel dese site niet uitsluitend over godsdienst en religie gaat, is het toch van belang om eens te kijken naar de scheppingsverhalen, verschillen en overeenkomsten. het scheppingsverhaal is namelijk niet alleen karakteristiek voor de menseheid maar ook voor de individu. Vanuit de verwondering b egint de mens zijn of haar eigen plaats op aarde te omlijnen, collectief of individueel. Laten we daarbij maar meteen een eind maken aan een merkwaardig misverstand. Er bestaat namelijk geen verschil tussen polytheïsme en monotheïsme. Alle godsdiensten zijn monotheïstisch van aard als het erom gaat een allesbeheersende macht aan te duiden. Alle goedsdiensten zijn  ook polytheïstisch van aard als het gaat om hun uiterlijke vormgeving. Zoals het Oude Testament is opgebouwd rond de almacht van Jahwe, zo kenden de Grieken “Moira”.  het noodlot, een macht waaraan ook de goden op de Olympus zich niet konden onttrekken.

De almachtige schepper bij de Indianen is “Dondergeest”, een woord dat overeenkomst vertoont, qua inhoud, met “big bang” en dat qua vorm aansluit bij de Europese hoofdgoden die met donder en bliksem goochelden.

Bij Hindoes en Boeddhisten heeft de schepping steeds weer opnieuw plaats, een cyclische beweging die veel meer op het individu is gericht dan op de collectiviteit van de wereld. Opmerkelijk is de combinatie van de drie belangrijkste goden in de Hindoegoedsdienst, de Heilige Drievuldigheid in het Christendom en de drievoudigheid van Moira.

De aboriginals hebben hun eigen verhaal dat opvallende overeenkomsten vertoont met de aanvang van het Oude Testament. In den beginne was de Aarde een eindeloze en donkere vlakte, gescheiden van de lucht en van de grijze zoute zee en gehuld in een schimmig schemerduister .
Er was geen Zon, geen Maan en geen Sterren . 

Maar ergens ver weg woonden de Luchtbewoners : Wezens met de zorgeloosheid van de jeugd , met een menselijke gedaante maar met de poten van emoes en gouden haar glinsterend als spinnenwebben in de ondergaande zon, leeftijdloos en nooit ouder wordend, wezens, die sinds de eeuwigheid huisden in hun groene, waterrijke paradijs aan gene zijde van de westelijke wolken .

Volgens de Aboriginals waren er ook grote diepten in het aardoppervlak en dat zouden laten waterpoelen worden. Deze diepten waren omringd door een weke massa.

Maar onder de aardkorst twinkelden de sterrenconstellaties, scheen de Zon, waste en kromp de Maan en lagen alle vormen van leven te slapen: het scharlakenrood van een duivelskop, de iriserende glans van een vlindervleugel, de trillende witte snorharen van Oude Man Kangoeroe –sluimerend als zaadjes in de woestenij, die moeten wachten op een toevallig langskomende regenbui.
Op de ochtend van de Eerste Dag voelde de Zon de drang om geboren te worden

Niks Big Bang en ook geen almachtige god maar de drang der dingen en wezens zelf speelde een rol. Ook verderop in het scheppingsverhaal van deze mensen vormde de eigendrang van de dingen de belangrijkste motivatie. Er was geen denken aan een grote, algemenen doelstelling, een goddelijk plan.

Dat is ook veelal het geval bij de scheppingsverhalen van de Indianen. Hieronder volgt een fragtment.

“Vroeger was de hemel niet zo hoog en de vogels stootten dan ook constant hun hoofd ertegen. Totdat ze de hemel met vereende krachten omhoog duwen. Maar nu is er geen nacht meer en is het altijd licht! De mensen proberen duisternis te brengen, maar die zit verborgen in twee kruiken die bewaakt worden door een demon. Ze roepen de hulp van de vogels in om het dag en nacht ritme te herstellen. ”   

Dichter bij huis: de Grieken lieten de schepping van wonderen aan elkaar hangen. Uit de chaos die ebstond werd de godih Gaia (van de aarde) gevormd. Er is geen duidelijke aanwijzing wie er zorg droeg voor die vorming. Gaiqa kreeg ook zo maar een kind, wat een beetje doet denken aan een onbevlekte ontvangenis. Dit kind was Uranus, de hemel. Uranus was echter bang voor zijn kindeeren en bergde ze op allerlei donkere plaatsen op. Dat deed hij ook nog toen de eerste generatie kinderen voorbij was en er aardige kindertjes tevoorschijn kwamen. Dat deed gaia veel verdriet en zij zon op wraak. Die werd uiteindelijk uitgevoerd door haar zoon Kronos maar deze bleek ook al geen beste te zijn want hij at zijn kinderen op. Om van kronos af te komen was er opnieuw een wonder nodig. Gaia en haar dochter Rhea zorgden samen voor een nieuwe zoon, Zeus. Hoe twee vrouwen een kind kregen, blijft duister. Zeus maakte de mens, uit goud.

Wat scheppingsverhalen duidelijk maken, is dat de mens aanvankelijk niet als handelende persoon optreedt. De mens is geen schepper al komen Boeddhisme en Hindoeisme daar wel heel dichtbij. Maar wat nu als er inw erkelijkheid geen sprake was maar inderdaad alleen maar een doorbraak van bewustzijn? Is het niet mogelijk dat mensen al lang op aarde rondliepen nog voordat zij een bewuste waarneming van hun omgeving kenden? Is het mogelijk dat planten in dat opzicht de mens gaan opvolgen? 

(Wordt vervolgd)

www.spiritualiteit.nl